Het Parijse restaurant bij uitstek is de brasserie, een erfstuk van de Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871, toen vele Franse Elzassers de Duitse annexatie ontvluchtten en in Parijs een eenvoudig bierhuis begonnen.
Het woord ‘brasserie’ komt logischerwijs van ‘brasseur’: brouwer/brouwerij. Elzasser specialiteiten zoals choucroute staan er nog steeds op het menu, samen met het andere armenvoedsel uit de vorige eeuw: fruits de mer (schaal- en geleedpotigen uit zee).
De authentieke brasserie doet het de afgelopen jaren erg goed. Het interieur (met spiegels, koperwerk en ouderwets tafellinnen), de klassieke Franse keuken en de zeer goed georganiseerde bediening dragen bij aan het enorme succes. Hieronder een overzicht van de belangrijkste brasseries in Parijs.
Het Canal Saint-Martin was in de 19e eeuw een belangrijke noord-zuidverbinding te water. Het kanaal vormt de verbinding tussen het bassin de la Villette en de Seine ter hoogte van de Bastille.
In de 19e eeuw was het een drukke waterweg, maar in de 20e eeuw is het kanaal behoorlijk buiten gebruik geraakt. Rond de Bastille en tot 2 km noordwaarts is het kanaal zelfs nauwelijks te traceren omdat het op dat stuk overdekt is, onder de boulevard Richard Lenoir. Het kanaal heeft een verval van 25 meter, waardoor er 9 sluisjes en 2 draaibare bruggen nodig zijn om het van begin tot eind te bevaren.
De romantische omgeving van het kanaal is veelvuldig gebruikt als decor voor films (Hotel du Nord) en boeken (Simenon), maar het is pas echt door de bevolking en de toeristen herontdekt in de jaren negentig. Canal Saint-Martin vormt nu een soort groene slang door de stad met aardige sluisjes, stalen bruggetjes en wandelpaden met oude kastanjes en platanen langs de kant.
De Parijse terrassen aan de Boulevards hebben faam maar zijn ook prijzig. Eén van mijn favoriete terrassen voor een glas wijn of heerlijke Frans biertje op een zomeravond in Quartier Latin vind je aan Place de la Contrescarpe. Delmas dus…. …Lees verder >>
Als ik in Parijs ben onderneem ik altijd een tochtje naar minder bekende plekken in Parijs. De Fransen zelf zijn er ook verzot op gezien het succes van boekjes als Paris secret et Insolite.
Op mijn laatste tripje nam ik (20 jaar na dato) weer een kijkje in een deel van het 17e arrondissement: Quartier Batignolles. In wezen een oud dorpje waar Parijs in de 19e eeuw overheen is gegroeid.
In de ogen van de meeste Parijsenaars is dit vooral een Quartier Résidentiel. Misschien waar ……. maar het is beslist de moeite waard om er eens een kijkje te nemen ! Hieronder een paar tips om dit Quartier wat beter te leren kennen
Op zoek naar een hotel in Parijs in een bijzondere Passage? Een hotel met hip dakterras? Een hotel met rustige tuin, of juist met zwembad? Of liever heel basic?
Perraudin heeft een overzichtje van een aantal aangeraden hotels.
De boulevards aan de rechteroever van de Seine vormen enorme verkeersaders. Het gebied, ongeveer tussen de Place de la Madeleine en de Place de la Bastille, is van oudsher het zakelijk centrum van Parijs. Een grote tegenstelling zijn de passages die een verbinding vormen tussen de boulevards en rust en bescherming geven. We noemen ‘passages’ en ‘galeries’ gemakshalve allebei ‘passages’ en dan doelen we op de overdekte passages. Er is echter wel degelijk een onderscheid: de passages zijn voor het volk en de galeries zijn voor ‘le beau monde’.
De bloeitijd van de passages loopt van het eind van de 18e eeuw tot de grote transformatie van Parijs in het midden van de 19e eeuw. De oudste overdekte passages zijn Passage Feydeau (afgebroken in 1824), Passage de Caire (1798) en Passage des Panoramas (1799). Ze waren van steen en hout en hadden eenvoudige vensters. Later werden de passages lichter van constructie en boden ze door het vele in gietijzer gevatte glas ook meer licht. Het waren lusthoven van intimiteit (prostitutie) en luxe, en in de winkeltjes waren de nieuwste snufjes te koop. Er waren zelfs literaire salons.
Voor investeerders was het heel aantrekkelijk om hier onroerend goed te kopen en te verhuren. De passages waren voorzien van gasverlichting en de vloeren waren van ingelegd marmer. Ze hadden een glazen dak dat bescherming bood tegen slecht weer en ze waren schoner dan de boulevards met hun open riolen. Bij de ingangen bevonden zich de ‘salons de décrottage’ waar de chique bezoekers ontdaan werden van modder en stof.
Tot aan het ancien régime was het kopen van de hier te verkrijgen luxe goederen voorbehouden aan de ‘happy few’. Daarna werd in fabrieken op grote schaal geproduceerd en werden de spullen toegankelijk voor een breder publiek. Parijs kende in 1870 nog 150 passages. Maar na de grote transformatie van Haussmann met de aanleg van brede trottoirs, een rioleringssysteem, op grote schaal gasverlichting, de oprichting van warenhuizen en de stijgende populariteit van het automobiel raakten ze in de vergetelheid. Gelukkig heeft men er een aantal in ere hersteld.
Passage Jouffroy: 10-12, bd Montmartre/9, rue de la Grange-Batelière (9e arr., metro Rue Montmartre), geopend tot 21.30 uur. Passage Verdeau: 31 bis, rue du Faubourg Montmartre/6, rue de la Grange-Batelière (9e arr., metro Montmartre), geopend tot 21.00 uur, in het weekend tot 20.30 uur. Passage des Panoramas: 10, rue St Marc/11, bd. Montmartre (2e arr., metro Montmartre), geopend tot middernacht. Passage Choiseul, 40, rue des Petits Champs/23, rue St. Augustin (2e arr., metro Pyramides), geopend tot 21.00 uur. Galerie Colbert, 4 en 6, rue des Petits Champs (2e arr., metro Pyramides), permanent geopend. Galerie Vivienne, 5, rue de la Banque (2e arr., metro Pyramides), geopend tot 20.30 uur.
Hieronder een selectie uit de grote hoeveelheid musea in Parijs. Een kleine selectie van een paar bijzondere musea.
Musee d’Orsay en het Louvre worden uitvoerig beschreven in de bekende gidsen en op andere website. Hier op Parijsonline dus een lijstje van de wat minder bekende musea!
Benieuwd naar tentoonstellingen ?. Op de tentoonstellingen pagina van Parijsmagazine vindt u ook een actueel overzicht van tentoonstellingen.Naar de parijsagenda >>>
Voor een volledig overzicht verwijs ik echter naar de site van Pariscope: dé agenda voor tentoonstellingen, films, theater en muziek in Parijs. Verschijnt op papier elke week (woensdag t/m dinsdag) en is bij elke kiosk op straat verkrijgbaar.
De afgelopen paar jaar zijn er in Parijs verschillende Bouillon restaurants bijgekomen en reeds bekende Brasseries hebben hun “formule” omgegooid van Brasserie naar Bouillon. Maar is nou een bouillon en welke zijn er ?
Restaurant Bouillon Racine in het 5e arr aan de Rue Racine. Dit was naast Chartier op de Boulevard Montmartre één van de originele Chartier Bouillons uit 1906.
Het ontstaan van de Brasseries en Bouillons Eind 19e eeuw had je in Parijs al Brasseries en Bouillons. Van oorsprong waren de Brasseries eetgelegenheden naar Elzasser stijl met een eigen brouwerij en snelle maaltijden (o.a. Choucroute natuurlijk) en die vond je bijvoorbeeld in de buurt van de stations met treinen naar het Oosten, naar de Elzas. Daarnaast ontstonden er Bouillons. Ook grote eetgelegenheden maar met eenvoudige Franse gerechten. Oorspronkelijk begon het zelfs met soep voor de arbeiders bij Les Halles, Rond 1900 waren er zo’n 250 van deze Bouillons in Parijs. Maar die verdwenen uit het straatbeeld zo tussen 1920 en 1930 maar de Brasseries bleven bestaan.
Brasseries en Bouillons; eind 20ste eeuw Het Brasserie landschap van de tweede helft van de 20ste eeuw is dat van een paar echte Elzasser Brasseries zoals Chez Jenny , Balzar en Alsace en dan de overige Brasseries zoals Bistrot de la Gare, Julien , Flo en Vagenande die wel upscale genoemd kunnen worden. Vaak zijn die gespecialiseerd in Fruits de Mer en klassieke mooie gerechten en met een Art Nouveau [Julien en Flo ] of Art Deco interieur [Coupole]. Restaurant Chartier was eigenlijk één van de weinige restaurants die het Bouillon karakter heeft behouden. Dus relatief eenvoudige maaltijden maar wel in een mooi interieur. En die formule wordt weer opgepikt. Want het eten bij een Bouillon is uitermate populair,
In de hele stad ontstaan nieuwe Bouillons en bestaande Brasseries gooien het over een andere boeg en wijzigen hun formule naardie van een Bouillon. Zo zijn Bouillon Pigalle en Bouillon Republique helemaal nieuwe restaurants aan het Bouillon firnament . En Brasseries zoals Montparnasse 1900 en Julien schoven de oesters en andere schaaldieren aan de kant en worden Bouillons. Met op de kaart gerechten zoals oeufs mayovoor 1,90, bifteck frites voor 10,50 euro, en profiterole voor 4,50. Hieronder een paar Bouillons waar ik geweest ben.
Heb je na een paar dagen Parijs even genoeg van de drukte en wil je ver van de hectiek van de Boulevards ergens even rustig lunchen, dan zijn er overal in Parijs bijzondere plekjes .. maar je moet ze dan wel even weten !
Verscholen achter de drukke boulevards en nog niet aangetast door nieuwbouwprojecten zijn er in Parijs nog veel rustige en bijna landelijke buurtjes te vinden.
Een aantal daarvan zijn oude dorpjes waar de stad overheen is gegroeid zoals Saint Blaise, Charonne en Butte aux Cailles.
Maar ook heel interessant zijn de wijkjes die in het begin van de 20ste eeuw zijn gebouwd, Op de kaart worden ze aangeduid als Cité of Cité Fleurie en het lijkt wel alsof de stad er met een galante boog omheen is gegaan, waardoor het oorspronkelijke karakter behouden kon blijven.